Er wappert een vreemde vlag in het centrum van Rotterdam.
Terwijl SPARTA tijdens zijn 120 jarige bestaan voor lijfbehoud vecht in de eredivisie pakt het Schielandhuis uit met een tentoonstelling over 100 jaar Feyenoord.
Een provisorisch grasmatje voor het museum en die Feyenoord-vlag maar wapperen.
Het moet niet gekker worden.
We zijn hier toch niet op Zuid? Ik ben de Maas toch niet over gestoken!
Heb Paul van der Laar maar even opgebeld. Hij is plaatsvervangend directeur van het museum en geschiedschrijver van de stad. Dus als er iemand is die mij opheldering kan geven over de tentoonstelling en de vlag dan is hij het wel.
Van der Laar legt mij lachend uit dat Feyenoord toch echt de club van Rotterdam is en dat ik gewoon eens moet komen kijken.
Mensen worden voor minder met pek en veren door de stad gedragen, maar ik besluit over mijn Spartaanse minderwaardigheidscomplex heen te stappen.
Ik begrijp ook wel dat de keuze voor een tentoonstelling over een club die voor de laatste keer kampioen van Nederland is geworden in 1959 of Feyenoord snel is gemaakt.
Ik ben geweest, maar ga als Spartaan op de radio natuurlijk geen museologische uiteenzetting lopen geven over de goede didactische opzet van de laagdrempelige Feyenoord-tentoonstelling.
Ik kwam natuurlijk niet voor dat hele Feyenoord.
Al die sjaaltjes, mokken, koppen, posters, Kindvall die voor de miljoenste keer zijn Europa Cup 1 goal toelicht, honderden hoofden van spelers en de Cup met de grote oren zelf mogen van deze jongen natuurlijk terstond in de Maas worden gegooid.
Nee ik kwam kijken om de echte Feyenoord- fans te zien schuiven langs de vitrines. Ik ben dan wel voor Sparta, maar ik heb een zwak voor de Feyenoord-fan die elk jaar weer gek wordt gemaakt dat het kampioenschap dit jaar echt zal worden binnengehaald.
Ongeveer 1 keer in de tien jaar. Dan hebbie het wel gehad.
De echte Feyenoord-fans waren er. En dat is natuurlijk mooi.
Mannen halen met elkaar supporters-herinneringen op over de kampioenschappen, de wereldbeker-finale, de uefa-cupfinales en natuurlijk het winnen van de Europacup 1.
Een bejaarde man kijkt naar de juichende Kindvall die wordt opgetild door Henk Wery na zijn beslissende goal.
“Ik heb het al duizenden keren gezien, maar ik krijg nog steeds kippenvel”, zegt de man.
De tranen staan in zijn ogen.
Hij is natuurlijk supporter van de verkeerde club, maar deze clubliefde laat zelfs een Spartaan niet ongeroerd.
Met een brok in de keel verlaten we gebroederlijk het museum.
Vooruit die gekke vlag uit zuid mag nog even blijven hangen.