Het hippe Duitse meisje achter de kassa van het Nederlands fotomuseum op de kop van Zuid weet niet wat ze ziet. In vertederend Nederlands spreekt ze haar verbazing uit over de hoeveelheid bezoekers. Likkend aan een shaggie kijkt ze naar de mensen die schuivelen langs de foto-tentoonstelling Port Images. De internationale naam dekt niet de lading bezoekers die zich vergapen aan de foto’s en films over de Rotterdamse havens. Mannen in een vorig leven actief in een wereld van teer, olie, water, het alsmaar laden en lossen van ontelbare schepen. Werken en leven net na de oorlog. Van vooral niet zeiken tijdens de zware wederopbouw omdat de Duitsers met het verlies in het vizier nog even kilometers. kademuur hadden gesloopt. “Is die hijs wel goed jongens. Kan die kist niet meer naar binnen worden geschoven” klinkt het bij een voorlichtingsfilm voor jongens van de havenvakschool. Een bejaarde Rotterdammer lacht. “Ja zo was het. Natuurlijk werkten we ons de pleuris, maar wel mooi met elkaar. Met de containers verdween dat wel”. En verder schuift de man. Turen naar een foto van een jonge Paul Rosenmuller in een optocht van de FNV. Staken voor vijftig gulden meer per week. In de tram nasmullen en peinzen over de oude beelden. Maar niet voor lang. Een andere wereld dient zich alweer aan. De kaartcontroleur is in gesprek met de bestuurder. “Nog 11 weken dan is het Kerstmis”, zegt de controleur. “Ben aan het sparen voor een kerstcadeau voor mijn vrouw en mijn dochter. Voor mijn vrouw trek ik 60 euro uit en voor mijn dochter 25.” Bij het controleren zegt een passagier tegen de man. “U leeft wel helemaal naar de kerst toe”, “Ja mevrouw”, antwoordt hij. “Ik leef in weken. Het is nu week 40 en in week 51 is het zover.” Als de tram over de Erasmusbrug rijdt, zie ik de havens liggen. Zich onbewust van weken en dagen. De haven draait altijd door.
andere werelden
januari 4, 2008 · Laat een reactie achter
Categorieën: politiek
getagged: fotomuseum, rotterdam, tram